Bondgenoten
In haar strijd tegen duinen en dijken
Is de zee geen middel te min
Zij heeft drie vazallen, elkaars gelijken
En eeuwenlang al zet zij hen in
De wind dreunt en dramt en gaat tekeer
De tijd raakt het wachten nooit maar eens moe
Het tij slijpt en sluipt geduldig heen en weer
En soms slaan zij drieën gezamenlijk toe
Als haar golven dan op de kaden dansen
En zij haar vuist uitdagend tegen de delta balt
Gaat zij zonder schaamte voor al haar kansen
Rukt met gulzige tanden aan het hoekig basalt
Maar de vijand, zwaar gewapend, duldt geen gaten
Heeft uit pijn en rampspoed zijn lessen geleerd
Nooit meer zout water op akkers of in straten
De strijd tegen de zee is dan toch ten goede gekeerd.