Adriaan Broos over gedichten maken.
Een gedicht kent inhoud en vorm; beide zijn even belangrijk. Het gáát ergens over, er is iets dat je bezig houdt of wat je aanspreekt en wat je met anderen wilt delen. Soms is het zelfs iets waarmee je al jarenlang worstelt en dan merk je tot je verrassing dat er lezers zijn die dat herkennen! Dat zijn mooie momenten in het leven van een dichter.
De vorm van een gedicht dient evenwichtig te zijn. Er moet een goed ritme inzitten, zodat je het kunt voorlezen of voordragen. Of het rijmt is van ondergeschikt belang. Ik let allereerst op de klanken, alsof het een muziekstuk is. Als het zo uitkomt dat het rijmt dan is het meegenomen. Mijn Zeeuwse roots klinken door in mijn gedichten: het gaat vaak over de grens van continent en oceaan, over de zee en het strand. Zeeland heeft een fascinerend en onvergetelijk landschap. En het feit dat ik in 1953 het Noordzeewater in de straten heb zien staan legt ook gewicht in de schaal.