"Ik creëer een bundel illusies die door de lezer moeiteloos als een weergave van de realiteit wordt ervaren."
Tekst van het interview dat Ruud Mulder ( Radio 90 FM ) met John Brosens had op 12 januari 2007.
John, je begon je schrijverscarrière als auteur van schoolboeken. Hoe verhoudt zich dat tot het schrijven van misdaadromans? Tijdens het 'schoolboeken-tijdperk' had ik al veel met dialogen te maken. Vergis je niet: een educatieve productie is net zo goed fictie. Je wordt als auteur alleen aan alle kanten in een korset gedwongen door de vaardigheden die je moet aanbrengen, toetsen, wettelijke eisen zoals examens. Juist in zo'n beperking ligt een uitdaging om er iets leuks, iets sprankelends van te maken. Maar toch groeide langzaam maar zeker de behoefte om ook producties te maken zonder een educatieve opdracht.
Wat is moeilijker? Lesmateriaal schrijven of een boek als bijvoorbeeld 'Zwart fortuin'?
Het een is niet moeilijker dan het ander. Educatieve producties moeten in de praktijk uitgetest worden en je komt onvermijdelijk in de opnamestudio terecht voor de dialogen en hoorspelen. Als ik een thriller of een jeugdboek schrijf, werk ik ook met 'proeflezers'. Maar het circuit dat je moet afleggen voordat het boek in de winkel ligt is veel korter en overzichtelijker. Schoolboeken schrijf je met een of meer co-auteurs, nooit alleen. Als fictieschrijver ben je geen teamspeler. Je deelt alles zelf in: plot, karakters, spanningsboog, maar ook de tijden dat je eraan werkt.
Je schrijft ook jeugdboeken en daarvoor duik je soms in de geschiedenis. Waar liggen je voorkeuren?
Je bedoelt Koers pal noord, de jeugdroman over Michiel de Ruyter. Daarvoor heb ik inderdaad research moeten doen. Gewoon in Vlissingen, Den Haag en Amsterdam, maar evengoed in Franse en Spaanse archieven. Dat voegde een hele nieuwe dimensie aan mijn werk toe. En ik moet zeggen dat het prima smaakt. Naar meer, bedoel ik.
Zegt het feit dat je misdaadromans schrijft iets over je eigen karakter?
Nee hoor, ik ben reuze vredelievend en zachtaardig. Schrijven over moord en doodslag is voor mij een heel geruststellende bezigheid omdat ik als eerste weet dat het toch allemaal goed afloopt. Ik denk overigens dat daar de kern van de populariteit van thrillers en detectives ligt. Het is letterlijk geruststellend om te lezen dat iemand die je niet persoonlijk kent de vreselijkste dingen uitvreet. Hij - of zij! - behoort niet tot je sociale netwerk en dus hoef je je nergens voor te schamen. En in tegenstelling tot de realiteit van alledag weet je zeker dat de schurk aan het eind van het verhaal gepakt wordt en dat er gerechtigheid plaats zal vinden.
Hoe verhouden jouw verhalen zich tot de realiteit?
Wat ik schrijf is fictie; dat houdt per definitie in dat het niet echt is gebeurd. Ik creëer een bundel illusies die door de lezer moeiteloos als een weergave van de realiteit wordt ervaren. Tijdens het schrijven van een manuscript bevind ik me in een dynamisch krachtenveld met de WERKELIJKHEID en de GELOOFWAARDIGHEID als uiterste polen. Het manuscript is mijn concept voor een spannend verhaal, een basisidee met interessante personen en een onverwachte oplossing. Ik gebruik daarvoor een vaste checklist met twintig punten waaraan het scenario moet beantwoorden. Dat is een soort geheime formule - die geef ik nooit prijs. Voor een verhaal gebruik ik mensen en voorvallen uit de realiteit: criminele of anderszins rustverstorende activiteiten waarover je in de kranten leest. De werkelijkheid is een onuitputtelijke bron voor verhalen! Het bezwaar is alleen dat 'de realiteit' niet van dezelfde orde is als 'het verhaal'. De werkelijkheid is een continuïteit, een constante stroom van voorvallen waarvan de proporties nooit netjes zijn afgerond. Het is een waterval van gebeurtenissen, een kakofonie, een chaos. Je maakt iets mee en onmiddellijk daarna moet je weer 'gewoon' verder. Een verhaal is geordend, afgebakend, aan regels gebonden. Het heeft zich aan logische codes te houden, anders begrijpt de lezer er geen snars van. Dus bouw je als schrijver - in volstrekte tegenstelling tot de werkelijkheid van alledag - zorgvuldig aan een BEGIN waarin het raadsel zich openbaart en waarbij je de hoofdpersonen introduceert. Vervolgens zorg je voor een MIDDEN waarin het plot zich ontvouwt en ontwikkelingen optreden die een intrige zichtbaar maken en - tenslotte - lever je een spannende FINALE waar alle stukjes op hun plaats vallen. Hopelijk roept de lezer op dat moment: verroest, dus zó zat het in elkaar! Als dat niet gebeurt dan heb ik als thrillerauteur mijn doel gemist. Ik hoop altijd dat de lezer zegt: natuurlijk, bij nader inzien had ik het allemaal kunnen weten. Dat is uiteraard een misvatting. De auteur zorgt ervoor dat de lezer pas op de allerlaatste pagina te weten komt hoe de vork in de steel zat! En daar gluurt de GELOOFWAARDIGHEID om de hoek: het zou allemaal echt gebeurd kunnen zijn! De lezer heeft niet geroepen dat het belachelijke onzin was! Hij heeft het boek niet na vijftien pagina's dichtgeklapt en voorgoed weggezet. En dat gebeurt onherroepelijk als een verhaal ongeloofwaardig is.
Gebruik je levensechte, bestaande mensen voor de karakters die je inzet?
Dat kun je niet zo stellen. Ik 'leen' opvallende eigenschappen, uiterlijkheden en uitspraken van mensen die ik ken, maar nooit zoveel dat het tot één persoon te herleiden is. Ik leg voor mijn hoofdpersonen een karakter-dossier aan: met foto, een lijstje met zijn / haar opvallende eigenschappen, de markante momenten in zijn / haar leven, de wensen, verborgen verlangens en drijfveren voor gedrag. Dat is niet alleen om het zo echt mogelijk te maken - het dient ook om voor de lange duur een consequente lijn vast te houden. Ik ben van huis uit pedagoog en dus weet ik wel iets van menselijk gedrag - maar toen ik thrillers begon te schrijven had ik hoegenaamd geen kennis van criminele drijfveren. Dat valt in te halen, natuurlijk. In dat opzicht was bijvoorbeeld Patricia Cornwell - forensisch patholoog en auteur van spannende verhalen - een goede bron, vooral het boek waarin ze de identiteit van Jack the Ripper heeft onthuld.
Hoe komt een thrillerschrijver aan zijn materiaal? Is elk verhaal in de kern echt gebeurd?
Ik knip stukjes uit de krant, heel vaak eenkoloms teksten van niet meer dan zes regels. Ik heb intussen een aardige databank opgebouwd. Ook buitenlandse kranten zijn in dat opzicht voor mij een gewild object. Zo'n onderwerp moet ik kunnen manipuleren, ik wil het in mijn richting kunnen buigen; ik ben geen aasgier op andermans leed. Het kan bijvoorbeeld een item zijn over een vrouw die haar man heeft laten vermoorden vanwege de levensverzekering. Dan probeer ik boven water te krijgen waardoor ze tegen de lamp liep - want als alles gladjes was verlopen had ze de kranten niet gehaald. Wat was haar plan? Waardoor ging het mis? Heeft ze gewoon stom gedaan? Speelde er een onvoorspelbare kracht van buitenaf mee? Heeft iemand haar verlinkt? Had haar man toch een veiligheid ingebouwd? Als er nu eens een derde partij bij betrokken was? Zo speculeer ik over het hoe en waarom, en eigenlijk ontstaat er dan vanzelf een aardig scenario. Tussen de eerste 'hint' en een volwaardig manuscript kan wel een periode van een jaar of drie zitten!
Wat maakt een spannend verhaal tot een thriller?
Het enige punt wat hier telt is: laat de lezer zich zo door jou boeien dat hij zijn omgeving vergeet en dat hij zo aan de haak zit dat hij eten en slapen gaat uitstellen om nog een stukje verder te kunnen lezen. Het scenario boort diepere bewustzijnslagen van de lezer aan, het appelleert aan verborgen angsten. Angst voor kleine ruimten, voor verlating, voor beesten, voor pijn. Een van de mooiste thrillerthema's (waar ik nog niets mee gedaan heb) vind ik Vals Beschuldigd: alle aanwijzingen zijn in jouw nadeel, niemand gelooft in je onschuld, de recherche niet, je advocaat niet, je partner niet. Je staat helemaal alleen en tenslotte twijfel je aan jezelf! Zo'n kwestie ten goede laten keren en oplossen, dat moet wel een prachtig scenario opleveren.
Zijn er specifieke eisen geformuleerd voor dit genre?
Toen ik mijn eerste thriller-manuscript inleverde was ik overtuigd dat ik een dijk van een verhaal had neergezet. Het werd afgewezen. Het begeleidend briefje liet er geen spaander van heel. Ik verdiepte me toen pas in de 'Laws Of Thriller Country' en begon met tegenzin aan een compleet nieuwe versie. Wat er fout aan was? Ik wachtte veel te lang met het introduceren van de hoofdpersoon, ik liet hem niet handelend optreden, ik sprong heen en weer met het perspectief. Maar het grootste euvel was: ik legde te veel uit. Wat wil je ook als je daarvoor alleen maar schoolboeken hebt geschreven .... Er zijn wel een paar eisen die je aan een thriller stelt. De hoofdpersoon dient een duidelijke tegenstrever te hebben en is altijd een 'Handelende Held' met onvermoede talenten. Hij wordt niet meegesleept door gebeurtenissen, hij creëert die zelf. Het plot is aan een interne logica gebonden; niets gebeurt zo maar. Als er in een thriller een bijl in de hoek van de schuur staat dan is die daar niet neergezet om houtjes mee te hakken. Een thriller is een verhaal over een misdrijf '(of iets wat daarbij in de buurt komt) dat de lezer boeit door zorgvuldig opgebouwde spanningbogen rond de woorden Wie, Waarom en Hoe. De hoofdpersoon hoeft niet altijd een speurder te zijn, het mag ook iemand zijn die zelf wordt belaagd en probeert er achter te komen waarom al die nare dingen toch met hem of haar gebeuren. Het is heel zwak om aan het eind van het verhaal met nieuwe personen op de proppen te komen die de oplossing brengen of het zelf gedaan blijken te hebben. Het is veel sterker om vooraan in 't verhaal aanwijzingen te verstoppen, maar dan in een perspectief waar nog niemand iets van ziet. De ontwikkelingen in het scenario helpen dat perspectief zo te veranderen dat er na verloop van tijd details naar de voorgrond schuiven die eerst nauwelijks werden opgemerkt. Het geeft je de gelegenheid de lezer minstens één keer op het verkeerde been te zetten. Wat ook erg helpt is dat de lezer op een bepaald moment meer weet dan de hoofdpersoon zelf. Hij ziet dan gevaren waar de 'held' geen idee van heeft en zou het liefst het verhaal binnenstappen om hem te waarschuwen.
Jouw debuut, 'Jacht op de Jager', ligt inmiddels al een paar jaar achter je. Dat verhaal speelde in het onderwijs. Wordt dat een vast gegeven?
Nee, beslist niet. Het onderwijs is mijn 'arena', het terrein waar ik bekend ben en waar ik me kan voortbewegen zonder te struikelen. Dat kwam bij het schrijven van pas, het gaf zelfvertrouwen. Het brengt het gevaar met zich mee dat zowel je uitgever als je publiek die arena als jouw specialiteit gaat zien en er bij een volgend verhaal op rekenen. Na 'Duijkers Dossiers' moest ik dus een andere arena bedenken. Dat werd de reclamewereld en de beleving van een boulimiapatiënte. Hierna komt de uitgeverswereld, en pas daarna horen we weer iets van inspecteur Leendert Vosmeer!
Hoe ga je om met 'de kritieken'?
Ik heb op mijn eerste boeken eigenlijk alleen maar goede reacties gehad. Vooral de compacte stijl van schrijven schijnt de critici aan te spreken. Maar het leuke van een eigen website op het internet is dat je óók directe reacties van je lezers krijgt. En ik maak een duidelijk verschil tussen lezers en critici. Die benaderen een boek op twee totaal onvergelijkbare manieren. De lezer verzuipt als het ware argeloos in het verhaal en laat zich meevoeren door het scenario, de criticus leest met een potloodje en een lijstje beoordelingscriteria bij de hand. Van de een zijn er duizenden, van de ander een handjevol. Vóór het internettijdperk vond je als auteur alleen iets over je werk terug in het blokje tekst van een criticus, nu heb je te maken met lezers die het interactief aspect benutten en laten weten wat ze ervan vinden. Tot op heden zijn beide partijen mij gunstig gezind. Ik zal hevig mijn best doen om dat zo te houden. Sinds 'Jacht op de Jager' heb ik een hoop bijgeleerd. Het manuscript van 'Duijkers Dossiers' was volgens mij al dieper en scherper. En in ‘Zwart fortuin’ is er veel meer aandacht voor de psychologische impact op mensen.
Bedankt voor dit gesprek. Ik wens je veel succes.
Heel graag gedaan - tot volgend jaar!