John Brosens - Schrijver & Dichter
   

Home



Zoektocht 1
Zoektocht 2

Zoektocht 3
Zoektocht 4

Tijdsbeeld

Fotogalerij


 

Koers Pal Noord / een tijdschets.

Ik zal u maar meteen bekennen dat ik dank zij de research voor mijn verhaal over Michiel de Ruyter flink wat rijker ben geworden. De eerste helft van de zeventiende eeuw werd voor mij springlevend – iets waar de geschiedenisboekjes op school hopeloos in faalden. Ik weet nu waar de bierdragers, timmerlui, handelaren, herberguitbaters, dienstbodes en kapiteinsvrouwen het over hadden, wat hen in die tijd bezig hield, wat de componenten waren van hun vreugde, verdriet, verwachting en vrees.

Als Michiel de Ruyter 2 jaar oud is wordt het Twaalfjarig Bestand afgekondigd. Hij is dus middenin de Tachtigjarige Oorlog geboren en heeft de glorieuze afloop daarvan mede vorm gegeven.

Willem van Oranje, de eerste bindende figuur in de begintijd van die oorlog, was vooral iemand die politieke paden bewandelde, connecties met de machthebbers in omringende landen opbouwde en aanstuurde op een hechte samenwerking (zelfs op een samengaan als een personele unie) met Frankrijk.

De Staten van Holland en Zeeland besloten uiteindelijk hèm de soevereiniteit op te dragen. Daar zaten veel financiële haken en ogen aan, zeker ook waar het de uitvoerende macht betrof. De Staten zagen in de landen om ons heen genoeg voorbeelden hoe ze het NIET geregeld wilden hebben: koningen hadden regelmatig geld nodig en bezaten te veel macht. De burgers, kooplui, kapitaalverschaffers in De Zeven Provinciën stonden op de drempel van enorme expansiemogelijkheden en wilden zo veel mogelijk de touwtjes zelf in handen houden. Dat was een breuk met wat men in Europa gewend was - dus werd de geboorte van De Republiek met argusogen gevolgd, met wantrouwen en met weerzin. In die optiek zult u begrijpen dat De Staten in hun voorzichtigheid niet verder gingen dan het aanbieden van de titel “graaf”. Graaf Willem der Nederlanden, Prins van Orangien moest de kersverse natie gaan leiden als de Spanjaarden eenmaal het loodje hadden gelegd.

Maar Koning Philips - formeel nog steeds de soevereine vorst van de opstandige Nederlandse provinciën - wist dit te verhinderen. Midden in het onderhandelingsproces over de nieuwe positie van Willem van Oranje vond er voor de tweede keer een aanslag op hem plaats, deze keer met succes. Willem van Oranje werd in 1584, te Delft zoals wij allemaal weten, door de huurmoordenaar Balthasar Geraerds uit de weg geruimd. Deze nam enige tijd om tot de kringen van Willem van Oranje door te dringen, zijn vertrouwen te winnen en had al eerder toe kunnen slaan - als hij maar een wapen tot zijn beschikking had gehad. Het was een scenario dat in een hedendaagse Bondfilm niet zou misstaan. Overigens: Geraerds werd voor zijn daad door Koning Philips postuum geridderd.

Willem van Oranje was dus iemand van vóór De Ruyters tijd.

Na zijn dood zakt de leiding over de Nederlanden in. Weliswaar staat er een jongeman te trappelen om de fakkel over te nemen: de 17-jarige Maurits. Hij is nog te jong om de groeiende klasse van heerszuchtige kooplieden tegenspel te bieden en de Nederlanden feitelijk leiding te geven, maar zal ten opzichte van zijn vader een veel grotere betekenis voor de uitbouw van de jonge nieuwe natie spelen. Maurits onderbreekt zijn universitaire studie en begint aan een praktijkopleiding, passend in de omstandigheden van dat moment: een militaire carrière. Zijn hele werkzame leven voert hij een strijd op twee fronten: militair tegen Spanje en zijn wisselende bondgenoten, politiek tegen de groeiende financiële macht van de stadsregenten, de kooplieden die voor elke uitgave verantwoording eisen en ook op de terreinen waarop ze niet deskundig zijn wel vier vingers in de pap wensen.

Overigens zal er in 1623, als het twaalfjarig bestand voorbij is en de strijd tegen Spanje wordt hernieuwd, een aanslag op Prins Maurits op het nippertje worden verijdeld. Dat was een uitgebreid complot, op poten gezet door een groep Remonstranten, deels uit wraakgevoelens over de smadelijke dood op het schavot van hun bejaarde voorman Johan van Oldebarneveldt. Een en ander kwam vroegtijdig aan het licht door de wakkere houding van vier zeelui die voor een aanslag werden ingehuurd. Alle betrokkenen werden zonder pardon terechtgesteld. Dit voorval speelde in februari 1623 en mijn jeugdroman in de zomer van datzelfde jaar en dus heb ik het in mijn verhaal kunnen weven.

De Staten besluiten tot een noodgreep: ze bieden de Franse Kroon onze soevereiniteit aan. Op dat moment is de situatie in Frankrijk zeer verward; het land gaat gebukt onder godsdienstoorlogen, Karel IX is een machteloze vorst en zijn pretendent Hendrik van Navarra wordt (net als Willem) in 1584 vermoord. Opvolger Hendrik IV heeft de handen vol, vindt de voorwaarden die vanuit De Staten gesteld worden ridicuul en weigert, mede uit vrees voor de reactie van buurland Spanje. De Staten richten hun blik vervolgens over Het Kanaal, waar de Britse vorstin Elisabeth met krachtige hand regeert. Ook zij weigert beleefd, uit vrees voor Spaanse represailles. Maar ze ziet wel in dat haar natie er nadeel van zal ondervinden als 'The Dutch Revolt' door gebrek aan leiding in de kiem wordt gesmoord. Elisabeth maakt een moedig gebaar: zij stuurt 5000 man ter bescherming naar het Zeeuwse, plus een sterke man die zal helpen orde op zaken te stellen. Zij krijgt daarvoor Vlissingen, Fort Rammekens en Brielle in onderpand, met een overeengekomen geldswaarde van een kwart miljoen Britse ponden. De Staten bekrachtigen een en ander door Elisabeths vertrouweling de Graaf van Leicester tot landvoogd te benoemen.

In de praktijk blijkt deze constructie echter niet te werken. Leicester vertrekt na drie jaar in 1587, moe van het gedraai, gekonkel en gekissebis in de Nederlandse politiek.

Vanaf 1585 tot in het twaalfjarig bestand bezat Engeland dus twee enclaves in de Nederlanden en controleerde daarmee de hele delta. Direct naast Vlissingen lag jarenlang een Engels leger, hetgeen geen probleem gaf. De Britten kerkten ongehinderd in het fel protestants Oranjegezind Vlissingen. Zij kregen een deel van de Sint Jacobskerk toegewezen, met een rijk geornamenteerde eigen ingang. De Engelsen waren welkom, verklaarde tegenstanders als zij waren van de Spaanse overheersing op de dan bekende wereldzeeën. De Engelse Oorlogen lagen nog ver in het verschiet en voorlopig liepen de belangen van de Republiek en Engeland keurig parallel ....

Het luidst juicht de plaatselijke middenstand: de aanwezigheid van de Britten is goed voor de omzet. Dat feest duurt tot 1615; dan krijgt De Republiek letterlijk voor een koopje de zeggenschap over Brielle en Vlissingen terug. James, de opvolger van Elisabeth, verkeert chronisch in geldnood, haalt de bezettingsmacht naar huis en geeft de steden voor een habbekrats aan de Nederlanden terug. Tientallen Britse soldaten maken de keus op Walcheren te blijven, meestal omdat er iets moois met een Vlissings, Ritthems of Souburgs meisje is opgebloeid. Tot op de dag van vandaag vind je in deze contreien nog mensen met Engelse achternamen - vaak verbasterd. Namen als But, Ingels of Engels, Smit, Lemson of Dee.

Een van Michiels metgezellen in Koers Pal Noord is de zoon was van zo'n Engelse achterblijver.

Maurits had duidelijke ideeën over het belang en de positie van Vlissingen en verleende volop faciliteiten om dit vorm te geven. Toen Michiel als kind buiten speelde en als elfjarig jochie op de lijnbaan van Lampsins werkte – waarbij het zeer de vraag is of dat in een blauwgeruite kiel gebeurde – heeft hij de contouren van zijn stad zien veranderen. Het lijdt geen twijfel: hij heeft de ingenieurs van Maurits aan het werk gezien en met zijn maatjes gespeeld op de in aanbouw zijnde stadsmuren, retranchementen en glacissen. Hij heeft naar hartelust gezwommen in de nieuw aangelegde havens.

Vlissingen groeide in de eerste decennia van de zeventiende eeuw bijkans uit zijn voegen. De aloude hoofdbron van het bestaan – haringvisserij – was zo goed als verdwenen om plaats te maken voor de levensgevaarlijke maar zeer lucratieve “vrije neringhe”: de kaapvaart. Het is in latere jaren met succes stilgehouden, maar kaapvaart was de kurk waarop de Vlissingse welvaart dreef. En de Middelburgse.

Rond het jaar 1623 – voor mij een markant jaartal omdat Koers Pal Noord zich juist in die zomer afspeelt – telt Vlissingen 27 kaperschepen met ruim 500 stukken geschut en vast werk voor 3500 man. Het staat vast dat De Honte, het schip waarop Michiels Franse avontuur begon, tot deze vloot behoorde. Toen het schip door de Spanjaarden geconfisqueerd werd wist elk lid van de bemanning welk lot hen wachtte: de galeien of de slavenmarkt. In beide gevallen was de kans uiterst gering dat ze hun vaderstad ooit terug zouden zien.

Bronnen:

Vaderlandsche Geschiedenis - Pieter Louwerse (Holkema & Warendorf 1908)

Michiel Adriaansz De Ruyter - P. J. Blok (Martinus Nijhoff 1947)

Histoire de la France - Pascal Balmand (Hatier 1992)

Rechterhand van Nederland - Prud’homme van Reine (Arbeiderspers 1996)

http://www.dutchrevolt.leidenuniv.nl